Honderd nachten, honderd jaren

 

 

Foto: Peter de Kan

"Een persoon, verspreid in ruimte en tijd is niet langer een vrouw, maar een reeks gebeurtenissen waarop wij geen licht kunnen laten schijnen, een opeenvolging van onoplosbare problemen."

Marcel Proust, La Prisonnière (1923)

 

Honderd nachten, honderd jaren gaat over gekmakende liefde en ongenaakbare schoonheid, gekoesterde dromen en verloren illusies, jong zijn en ouder worden en het eeuwige mysterie van de tijd, het leven en de dood.

Het thema van de voorstelling is "ouder worden" of hoe het verstrijken van de tijd de essentie vormt van ons bestaan. Omdat het verstrijken van de tijd ook essentieel is voor muziek leidt dit onontkoombaar tot muziektheater.

 

Wij hebben ons daarbij laten inspireren door het eeuwenoude Japanse Noh-theater. Deze vorm van theater is ontstaan tussen 1100 en 1300 na Chr. en vond zijn oorsprong in de vorm van religieuze rituelen waarin het relatief jonge boeddhisme werd gecombineerd met oudere vormen van voorouder- en geestenverering.

Dankzij de overlevering van generatie op generatie kunnen ook nu nog Japanners en (sinds een eeuw ongeveer) niet-Japanners de magie ondergaan van deze verfijnde en - ook voor Japanners naar het schijnt - raadselachtige theaterkunst waar letterlijk alles samenkomt. Tekst, spel, zang, muziek, dans, kostuums, maskers en, last but not least, de ruimte (theatrale setting) vormen een eenheid waar alles met alles verbonden is zonder dat het ene ondergeschikt is aan het andere.

 

Dit is ook waar wij naar streven.

Onze ruimte: grote kerken. De bijzondere architectuur, het sfeerbepalende licht en de ruime akoestiek zijn eigenschappen die direct van invloed zijn op alle aspecten van onze voorstelling: mise en scène, choreografie en dans, muziek, licht en kostuums. Die laatste zijn tevens ontworpen om op te projecteren. Deze projecties kun je zien als een eigentijdse variant op de maskers van het Noh-theater; de gave schoonheid van een jonge vrouw verandert langzaam in de trekken van een oude vrouw. Beide vrouwen veranderen in de geest van een reeds gestorven jonge man die bezit van hen neemt.

Ook op muren en pilaren wordt geprojecteerd: schaduwen ontstaan en lossen op. Ook hier gaat het weer om een spel met werkelijke aanwezigheid van de danseres (de jonge Komachi) en de zangers of slechts een afspiegeling hiervan.

(Het Engelse woord voor geest of spook is "shade").

De muziek van het orgel, de panfluit, de viool, de elektrische gitaar en het slagwerk komt letterlijk uit alle hoeken en gaten en hetzelfde geldt voor de zangeres (de oude Komachi) en het koor (de stemmen in haar hoofd).

 

Credits:
Compostitie: Klaas de Vries
Libretto: Gerrie de Vries
Regie en choreografie: Dunja Jocic
Vormgeving en kostuums: Anky Groothof
Licht: Andre Pronk

Dirigent: Gregory Charette
Zangeres: Gerrie de Vries
Danseres: Irena Misirlic
Mannenkoor:
Daan Verlaan (tenor), Michel Poels (bariton), Wiebe Pier Cnossen (bariton)

Instrumentale bezetting:
Jellantsje de Vries (viool), Matthijs Koene (panfluit), Stefan Gerritsen (elektrische gitaar), Tatiana Koleva (slagwerk) en Jochem Schuurman (orgel)

 

Andere producties:
Der Hund
Divine Excess
Winterreise

Pa pa pa Vrouw vrouw vrouw

I Am Her Mouth

The Reclining Woman

Bij gebrek aan pijn